Krabbeldoos

Heerlijk zo'n doos dat computer heet, waar je al je woorden intikt tot zinnen, tot alinea's, tot verhaaltjes. Wees welkom in mijn krabbeldoos.

Mijn foto's kun je zien via de volgende links:

www.saskiaspeek-janki.oypo.nl

www.fotomaatje-saskia.oypo.nl

www.flickr.com/photos/45485875@N00/ , werkt ie niet dan via de home-pagina www.flickr.com toets in: sm2j en dan simpel doorklicken naar mijn N(o)m@d-site. 

www.webfotoclub.nl//showgallery.php?cat=500&ppuser=1219 , bij niet functioneren probeer via www.webfotoclub.nl zoeken op de naam: Digiflex Saskia.

www.fotofront.nl , daar moeten straks al mijn foto's op 1 site bij elkaar komen.

Surf dus lekker nog een stukje door. Veel lees- en kijkplezier!

 

Starten zonder te finishen

 
 

We vertrekken naar de Deense kust voor een welverdiende vakantie, vol zon, rust en strandplezier. Zo had ik mij dat voorgesteld, ook voorgespiegeld gekregen op de peuterspeelzaal, waar we al weken voor de vakantietijd aanbrak de plaatjes in de boeken kapot wreven. Het strand is magisch, herbergt gigantische schatten en zit boordevol onverwacht leven. Niemand die van grote spannende avonturen sprak, gigantische leerprocessen of roodharige bosheksen.

Het begon op 1 van onze wandelexpedities naar het Tunneldal. We pakken daar een route op die bedoelt is voor de fiets en gaan die dus lopende doen. Althans pap en mam doen het geheel lopend. Berber zit in de fietskar, Nomad en ik af en toe ook. Als het pad te erg glibbert van de naaktslakken laat ik mij het liefst rijden. Ergens hebben we een afslag gemist, althans dat wil mam ons op de mouw spelden. In werkelijkheid ging ze van begin af aan voor de lange route, weet ze precies waar we zijn, maar weet ze de spanning zo op te voeren dat zelfs papa blij is met al ons meegenomen proviand. Want we zijn nog lang niet terug op de camping. Toch weet mama uiteindelijk altijd terug bij start te komen. Ze speelt een spelletje, maakt het extra spannend en is soms gewoon eng. Zonder horloge weet ze altijd hoe laat het is alsof ze de seconden in haar hoofd meetelt. Weer zijn er 3 uren verstreken, tijd voor Berber’s flesje. Broodjes met verhaaltjes voor blinden en water drinken uit de dop van Berber’s melkfles.

En als het eten allemaal op is gaat papa met een schepnetje visjes, garnaaltjes, krabbetjes en mosseltjes vangen in zee. We keren caravanwaarts met 2 emmers levende have. Ter hoogte van de campingingang lozen we de inhoud van de emmers terug in zee. Bij Super Brugsen kopen we voorgegaarde visballetjes met saus en profiteren van een fikse bonuskorting. Ook kopen we vier nieuwe borden omdat niemand nu nog zin heeft om voor het eten nog eerst de afwas van de vorige dag te doen. Nooit had ik moeten zeggen, terwijl pa en ma stonden te afwassen: ‘Dat is wel knap van jullie.’ Papa oppert nog ff dat met nieuwe borden de afwas blijft bestaan. Mam zegt: ‘Morgen kopen we weer nieuwe borden.’ Ze lacht, ik verdenk haar van een complot. Als ik de volgende ochtend wakker word heeft ze de afwas weggetoverd. Mijn moeder is een tovenaar, of iets in die geest. Ze kan mijn gedachten lezen, weet precies wanneer ik stout ben geweest en wanneer ik naar de wc moet.

Papa leert me staande plassen tegen muurtjes en bomen. Zo staan we samen op de rij te plassen als kerels onder elkaar. Komt mijn onzindelijke en tevens irritante broertje Nomad aangesneld en steekt beide handjes in de warme straal van papa. Papa leert me vloeken.

We draaien een extra rondje rond de kerk. De kerk van Broager kennen we inmiddels van buiten. Haar twee spitse tepeltorens zijn tot in Sonderborg te zien en zelfs een fjord terug aan Duitse zijde. Deze erotische aanblik is de enige in de hele omgeving. Geen rondborstige topless dames op het koude strand. Veel aangespoelde kwallen die door een goede verkoper als siliconen borstimplantaten verhandeld kunnen worden. Cup A t/m J, zo voor het grijpen. Waarom Nomad en ik uiteindelijk in de chocolademelkhandel terecht kwamen, dat later.

 

Tijdens een volgend avontuur heeft mama een wandelroute in de buurt van het vliegveld van Sonderborg uitgezocht. Onderweg er naar toe nieuwe laarzen gekocht. De mijne glimmen en Nomad heeft er doodshoofdkopjes op staan. De regen heeft de afgelopen dagen goed huisgehouden, een paar laarzen zijn geen overbodige luxe. Onze Deense buren hebben in hun voortenten van pallets podia gebouwd. Zo houden ze hun kampeerspulletjes droog. Wij lachen daar om. Mam ziet alleen maar mooie spiegelingen in de plassen op ons veld, die moet ze vervolgens allemaal fotograferen. Nomad’s ogen glanzen bij de aanblik van zoveel waterplassen en modderpoeltjes om in te stampen. Zelf ben ik meer van het type: Er bestaat een kans op regen dus laat ik maar op voorhand binnen blijven. Papa probeert zich te hullen in waterafstotend materiaal van het dure soort. En durft dan best met mama mee op avontuur. Ik moet gewoon mee en als het ff kan zonder morren. Nomad en ik hebben nog geen 300 meter gelopen of we nemen al bij Berber plaats in de fietskar. Volgeladen berg op, berg af, door veelal hoog nat gras, laten wij ons rijden. Dan duwt pa de kar, dan trekt ma de kar. Op de onmogelijke stukjes op deze route wordt er zowel geduwd als getrokken. De omgeving is prachtig, mooie vergezichten over het water, het geluk om 3 salamanders bij elkaar te zien en het is gestopt met regenen. Het laatste stuk gaat dwars door een weiland met verse koeienvlaaien, waar mam met de fietskar gewoon doorheen banjert, tot grote ergernis van pap: ‘Die vieze fietskar moet straks wel weer in mijn auto!’ Mam: ‘Ik kan er echt niet omheen, ze liggen overal.’ Op zoek naar de uitgang van het weiland. De kaart zegt dat het nog zo’n 200m lopen is naar de finish alwaar onze auto staat. De grond begint steeds drassiger te worden en mam kan nu ook niet meer stil blijven staan want de kar zuigt zich de modder in. Met snelle omtrekkende bewegingen slalomt mama richting uitgang, vindt een eilandje van 1 vierkante meter om ff op bij te komen en om een taktiekbespreking met pa te houden, die haar op de voet is gevolgd. Er moeten een paar mannen van boord, het schip is te zwaar beladen om de laatste meters naar het hek af te leggen en de binnenwateren te verlaten. Pap tilt me uit de kar, brengt me tot buiten het weiland en zet me neer op een stuk droog asfalt. Hij gaat terug om Nomad te halen. Daar staan we dan, roerloos te kijken. Papa houdt het hek open. Mama, met Berber nog altijd slapende in de fietskar, rent met de voorwielen in de lucht om geen water te scheppen in een rechte lijn op de doorgang af. Het is gelukt. Het water heeft tot net onder mam’s knieen gestaan. Pap’s dure waterafstotende Lowa schoenen bevatten erg veel water. De fietskar heeft een lekke band, de koeievlaaien zijn weggewassen.

 

Bij A-Z hebben ze alles voor Hus en Have dus de lekke band is zo gefikst. Ons avontuur kunnen we weer vervolgen. Pa nu net als ma, ook op Teva’s want met die Lowa’s komt het niet meer goed. Mijn laarzen wil ik mooi glimmerig houden, dus niet door de modder ermee. Nomad gebruikt zijn laarzen als emmertjes om te vullen met steentjes of zand. Nomad moet vooral nog een hoop afleren. Niet gooien met stenen, zand, eten en volle bekers diksap. Niet zo maar een vinger in een gat steken, want dan kan ie er niet altijd zo maar weer uit. Een dag later ondervinden mijn laarzen dan toch de vuurdoop. Nomad leert me hoe leuk het is om te spelen met modder. Samen met onze vakantievrind Jente-Jan hebben we een heuse chocolademelkfabriek uit de grond gestampt of eigenlijk uit de grond geschept. De modderpoeltjes bevatten onze basis-ingredienten. Op de glijbaan mengen we met zandbakzand, schelpen en kiezels aan de lopende band onze chocolademelk. We zetten 3 vrachtwagens in om onze handel in de winkel te krijgen.

 

En dan is het weer de hoogste tijd om op excursie te gaan met pa en ma. Een culturele grafheuvelroute langs de kust net boven Fynshav. Het moddergehalte is hoog, veel kikkers, slakken, libelles, vlinders en paddestoelen om de boel rond de graven op te leuken. De paden zijn dan weer spekglad en dan weer te zompig om vaart te maken. Wel is opnieuw de regen opgehouden, de zon schijnt hoopvol en de wind zingt door de boomtoppen. We zingen mee en Berber valt in een diepe slaap. Dan staan we plots bovenaan een enorme helling. Papa brengt Nomad naar beneden. Ik zit samen met Berber in de fietskar. Papa loopt terug naar boven om mama te helpen met de kar. Mam besluit, zo ongeduldig als ze is, alvast een stukje op weg te gaan. De helling is glad, er is geen houden aan. De kar suist rakelings langs pap heen. Mam blijft vasthouden en rent mee, we glijden recht op Nomad af, die enorme grote ogen opzet. Mam probeert af te remmen maar we gaan al veel te hard. Vlak voor Nomad geeft ze een ruk aan het stuur naar rechts en laat zich vallen in de modder, we glijden nog een klein stukje door en staan dan stil. Mam heeft nog altijd de kar vast en zit van top tot teen onder de modder. De route kabbelt voort, we nemen niet het veel kortere bospad terug, maar gaan voor de langere route om het bos heen, lopen 1x verkeerd, daarmee slaat mam een modderfiguur als kaartlezer. Uiteindelijk komen we weer terug bij start.

 

Terug naar start of de gevangenis in. We gaan de gevangenis in van Froslevlejren. Als we willen staan we zo weer buiten. Maar het regent dus blijven we binnen en leren alles over het houden van mensen in gevangenschap en dan vind ik dieren in een kooitje al erg. Wat erg! Goedgemutst wanneer eindelijk de regen is opgehouden en wij onze wandelroute kunnen vervolgen blijkt het nog een hele klus om terug bij start te komen. Plots komen we tegenover zoveel water te staan dat we onmogelijk verder kunnen. Iets terug proberen we nog ff een ander pad, deze heeft zoveel steile hellingen en dus ook afdalingen dat dit ook geen optie blijkt te zijn. Nog verder terug is een fietspad die ons langs enorme mierenheuvels terugvoerd naar de gevangenis en terug naar start.

 

Die nacht heeft Nomad enorme nachtmerries, de helicopters vliegen laag door de caravan en mieren bevolken onze bedden. Berber heeft het koud en laat van zich horen. Als ik de volgende ochtend monter wakker word lig ik alleen bovenin het stapelbed, de rest van de familie ligt in het grote bed slaapdronken te zijn. Fit daal ik af tot op de caravanbodem, het is tijd voor uitbreiding van onze chocolademelkfabriek. Nomad, Jente-Jan en ik werken hard aan een nieuw filiaal. Twee roodharige Deense bosheksjes hebben we van ons terrein verwijderd. Ze probeerden de boel te saboteren, stalen ons materiaal en waren ook niet vies van chantagepraktijken. Wel vies van stromen modder die wij handmatig in hun richting wierpen.

 

Er volgen uitjes naar o.a. het natuur- en techniekmuseum, het wetenschapsmuseum, een molen en we leren een heleboel bij over oorlogsvoering. Er volgen ook nog meer wandelingen. Nu toch steeds meer over beter toegankelijker paden. De avonturierszin begint afgemat te raken. We maken zelfs een stadswandeling in Haderslev en schuilen tegen de regen bij Mc Donalds. Na de regen komt … de storm. De grond op de camping is verzadigd, de tentharingen drijven de grond uit. De voortent stort voor de 4de keer in, onze Deense buren met podia zijn allang ergens afgehaakt. Het wateroverlast is hier zelfs voorpagina nieuws in de kranten. Berber, Nomad en ik liggen op bed en luisteren gespannen hoe pap en mam de tent herstellen en vervolgens de flappen vastleggen met enorme keien en flessen water.

 

Onze basisgrondstof modder, begint na de storm op te raken. Jente-Jan vlucht over de landsgrenzen, die zag de bui van zonnestralen al hangen. De chocolademelkfabriek werd noodgedwongen opgedoekt. De uitgeputte grond hebben we voor een zacht prijsje verkocht aan de twee roodharige Deense bosheksen van het naburige veld. De zon hangt als een koperen ploert in de lucht. De vakantie loopt ten einde. Niemand meer op ons veld. Als laatste vertrekken wij. Bob de bouwer trekt onze caravan met een trekker uit het zompige moeras naar een hoger gedeelte. Het wit zou nu door de schittering van de zon pijn moeten doen aan onze ogen. De caravan is alles behalve wit. Donkerbruine klodders kruipen langs de wanden naar beneden. Spetters drogen tot een versteende massa vast en vormen een decoratief patroon op de anders zo traditionele caravankleur.

 

We rijden langs de kust, nemen uitgebreid afscheid van het strand en de zee. En dat was het dan. De auto stottert als we de grens met Duitsland passeren alsof ie liever in Denemarken blijft. De motor slaat af als we willen stoppen, telkens krijgen we de motor na zo’n tien minuten weer aan de praat. ‘De wielen draaien rond en rond’; zingt Nomad. ‘De motor doet broem, broem, broem’; zet ik in. Berber slaapt door alles heen. We beginnen steeds vaker stil te staan, maar als ie eenmaal rijdt gaat het goed, niet afremmen, niet terugschakelen naar z’n 2 en zeker niet stoppen, dan kun je een heel eind komen. Mam rijdt de 2de helft en is steevast van plan de laatste 250 km niet meer te stoppen. Negentig km van huis, net buiten Osnabruck stuiten we op een file, noodgedwongen terug naar 2, de motor blokkeert en dan staan we stil, midden op de autosnelweg. Het langzaam rijdende verkeer om ons heen toetert, alsof we hier voor onze lol stil zijn gaan staan en zo dadelijk onze voortent op gaan zetten. Alarmknop aan, auto plus caravan naar de vluchtstrook duwen, rode 3hoek plaatsen, bij gele paal ADAC bellen, iedereen voertuig verlaten en plaatsnemen achter het talud, dat is de procedure. En net nu heb ik in mijn broek geplast. De ADAC, een volle neef van Bob de bouwer, komt aangesneld en begeleidt ons tot de fiatgarage in Osnabruck. De motor start, we rijden achter de wild knipperende gele wagen aan, langs de file, de afrit af, in afwachting van het motorfalen. Ter hoogte van de garage staan we stil. We duwen auto en caravan los van elkaar over de finish. Ons modderige onderkomen en vervoermiddel laten we achter. Bepakt met rugzakken en autostoeltjes staan we even later op straat in afwachting van de hulptroepen uit Nederland. We zijn aangespoeld bij de Burger King. De stemmen van de Deense familie aan het tafeltje achter ons vervagen. In gedachten verzonken bedenk ik dat de roodharige bosheksjes vast met de toerentalsensor hebben geknoeid. En dat Mama toch geen tovernaar is want dan was de auto niet meer stuk. Van het modderige strand, naar strand, gestrand met de finish in zicht aanschouw ik de wereld als een eeuwige toerist.

 

Camiel

 

P.s.: Meer foto’s van deze reis zijn te zien op www.flickr.com

Toets in: sm2j              en dan doorklikken naar Nomad’s site.

Een goed kerstverhaal

 

 

Het is vroeg in de ochtend, het begint nog maar net licht te worden, het is mistig en wij zijn al op pad. Papa rijdt ons met de auto het bos in, we rijden over onverharde wegen totdat we eindelijk bij het landje van Boer Hans komen. Zo ver als we kunnen kijken staan er kerstbomen gehuld in een witte mist en met rijp op de takken. “Zoek maar een mooie kerstboom uit”; zegt mama. Nomad en ik rennen gelijk tussen de bomen door, ik geloof dat we ze allemaal wel drie keer gezien hebben. Ondertussen bespreken papa en mama de hoogte, de omvang, de dichtheid en vragen Boer Hans naar de prijs. Dan ontdek ik een stukje veld dat bijna helemaal leeg is, de kuilen geven aan dat ook hier ooit kerstbomen hebben gestaan. In het midden staat een niet al te grote boom, met een dikke buik, veel takken en in de top zelfs een top te veel. Nomad heeft het stukje veld ook gevonden en kukelt gelijk in de eerste de beste kuil. Hij zit helemaal onder de modder als ik hem er uit probeer te vissen. “Kom Nomad we gaan naar papa en mama, ik heb een boom gevonden.” En dan lukt het om hem weer boven de grond te krijgen.

 

We vinden papa en mama rond de vuurkorf. Papa: “Camiel heb je nog een klein verdwaald Pietje gevonden die de boot naar Spanje gemist heeft?” “Nee, dit is Nomad toch”; zeg ik verbaasd en ik wrijf met mijn muts door zijn gezicht. Mama slaat haar handen voor haar ogen maar zegt verder niets en als ze weer kijkt moet ze lachen. “Ik heb onze boom gevonden”; zeg ik enthousiast. Mama: “Laten we daar dan maar gauw eens naar kijken.” Nomad rent vooruit om gelijk weer in een kuil te vallen, dit keer haalt papa hem er uit en neemt hem op de arm. “Kijk daar, dat is onze boom”; ik wijs in de verte. Als we dichterbij komen zie ik bij onze ouders bedenkelijke gezichten. Papa: “Een beetje klein, erg breed en twee toppen dat kan echt niet hoor. Op welke moeten we nu de piek zetten?” Smekend kijk ik naar mama. Mama: “Deze kerstboom heeft helemaal geen piek nodig, met twee toppen is ie van zichzelf al prachtig. Laten we deze nemen, iedereen wil een boom met maar 1 top, kan die boom ook niets aan doen, straks blijft ie echt in zijn eentje over.” Mama geeft mij een vette knipoog. Papa bromt dat we er zeker ook nog gewoon een top uit kunnen snijden. “Als je hem er zelf uitspit doe ik 2,- EUR van de prijs af”; zegt boer Hans en hij geeft mij een kleine schop en aan papa een grote. Mama neemt Nomad van papa over en zegt: “Zal ik dan maar even met Boer Hans gaan afrekenen?” Papa en ik zetten zwijgend de schop in de grond en beginnen te graven, ik grijns van oor tot oor, Mama loopt met Boer Hans mee.

 

Thuis zetten we onze kerstboom gelijk in een grote pot met zand. Al gauw vallen er druppels water in een plasje op de grond. Nu kun je pas zien hoe mooi groen/ blauw hij is en zijn geur is lekker fris. Wanneer Nomad uit bad komt mogen wij samen de boom gaan versieren terwijl papa de kachel verder opstookt en mama kerstkransjes bakt. Nomad doet alle witte ballen en ik doe alle blauwe ballen in de boom. In een doosje vindt Nomad de piek. “Nee Nomad, die niet”; zeg ik en ik probeer de piek van hem af te pakken. “Nee, nee, nee”; gilt Nomad en begint met de piek in zijn hand te rennen naar de achterdeur. Hij struikelt over de mat en de piek valt in duizend stukjes kapot tegen het deurkozijn. De achterdeur gaat open en daar staat buurvrouw Trudie. “Wat een warm onthaal weer”; zegt ze lachend. Iedereen staat nu bij de achterdeur, zelfs onze poes Scooter is uit haar middagslaapje gewekt. Papa pakt ons bij de schouders en neemt ons mee naar de woonkamer voor een preek. Mama en buurvrouw Trudie ruimen samen de scherven op, terwijl mama uitleg geeft over onze boom met twee toppen.

 

“Dus dit is hem dan, de boom met twee toppen, mooi versierd hoor”; zegt buurvrouw Trudie als ze de kamer binnen komt. “Piek, piek, piek”; roept Nomad. “Nee, Nomad, die heb jij net laten vallen”; zeg ik nog altijd gepikeerd. “Wacht maar even”; zegt buurvrouw Trudie en ze snelt net zo snel als ze is gekomen de achterdeur weer uit. Niet veel later is ze terug, met twee ballonnen, een witte en een blauwe. Buurvrouw Trudie: “Als we deze twee nu eens opblazen en bovenin elke top hangen is dat geen goed idee?” “Jaaaaa”; roepen Nomad en ik in koor. We hangen de ballonnen in de beide toppen van de boom. “Onze boom is de mooiste kerstboom van de hele wereld”; zeg ik tevreden. Buiten begint het te sneeuwen, Scooter vindt een nieuw plekje om te gaan slapen, onder onze prachtige kerstboom. Mama komt de kamer binnen met een goedgevuld dienblad: “Dan is het nu tijd voor warme kerstkransjes, warme chocolademelk en een goed kerstverhaal”. Ze zet het dienblad op tafel, pakt het kerstnummer van Groter Groeien uit de lectuurbak en begint er in te bladeren. Mama zegt: “Hier staat het: –O, dennenboom wat zijn je toppen wonderschoon-,…”.

 

Fictie-verhaal geschreven voor het tijdschrift Groter Groeien.

Kluun en Kermit

Het is vakantie, dus papa heeft eindelijk tijd om een boek te lezen. Hij leest Kluun – Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt. Je zou toch denken dat ie op dat gebied geen inburgeringscursus meer nodig heeft. Maar mama heeft het als verplichte literatuur op de lijst gezet. Er groeit een baby in de buik van mama. Papa is de dader. Een kikkervisje is het, meer is het nog niet. Maar Kermit bepaalt nu al dat we nu am ratzeburger see zitten en niet in CZ. Dichter bij huis, minder warm, betere hygiëne, bla, bla, bla. Vooralsnog heb ik helemaal niets met Kermit.

 

Mama leest ook Kluun, maar dan die met de titel: Komt een vrouw bij de dokter. Een boek waar ze het niet droog bij houdt. Telkens na een paar hoofdstukken vloeien er tranen. Papa vraagt telkens: ‘Is ze dood? Is ze nu dan eindelijk dood?’ Mama: ‘Nee nog niet. Nee, maar wel bijna.’ Na twee dagen slaat mama het boek dicht, er vloeien geen tranen meer. Op papa’s gezicht valt de tekst te lezen: ‘Laat me raden ze is dood.’ Mama geeft antwoord: ‘Ze is dood. Ik heb ‘m uit. Ze heeft euthanasie gepleegd.’ Een tikkeltje geamuseerd vraagt papa: ‘Waarom dat dan?’ Mama: ‘Ze ging maar niet dood.’ En dan moet ze weer lachen.

 

Neemt niet weg dat wij mannen erg veel last hebben van de zwangerschapshormonen van mama. HCG zorgt voor stemmingswisselingen, zeg maar gerust hormonen met ontploffingsgevaar. Voorbeeld: Papa had vergeten boter op mama’s broodje te smeren. Voordat ze verbaal een klap wist uit te delen, veerde papa al achteruit, dat had ie inmiddels van Kluun geleerd, meeveren dus. De rondvliegende hormonen raken hem niet. Tijd dus voor mijn eigen actie. Ik schreeuw moord en brand omdat mijn plak kaas scheef op mijn broodje ligt. Papa telt tot tien, ik gniffel.

 

Nomad en ik zijn geen lieverdjes, Kermit moet het vast allemaal goed maken. Voorbeeld van mijn irritante gedrag?: uhhhhh, ik kan niet kiezen, kom ik nog op terug. Maar neem nou Nomad, hij is een weglopertje. Hij rent met zijn kromme beentjes zo hard als ie kan, op zijn gezicht een lach van oor tot oor, gillend het enige duitse woord dat ie kent: bitte, bitte, bitte! Als papa hem in zijn spurt hoog optilt in de lucht flapperen z’n beentjes nog een hele tijd door. Zou het met Kermit ook zo lachen zijn?

 

Ik probeer me in Kermit te verplaatsen, volgens zeggen heb ik hetzelfde proces moeten doorlopen als hij. Over een paar weken krijgt hij al oogjes maar moet dan toch nog maanden lang in de darkroom blijven. Waar is dat nu weer goed voor! Bovendien is het er nat, heel erg nat. Misschien moeten we hem straks toch maar een warm onthaal geven. Ik heb een broodje uitgehold tot een bootje, ingepakt in krantenpapier, daar kan ie straks mee naar buiten varen.

 

Elke dag vind ik wel een veertje. Een veertje voor geluk, zegt mama. In het vogelpark geweest, duizend veren voor geluk. Ons geluk kan niet meer op. Die nacht heeft mama een nachtmerrie. Ze droomt dat Kermit dood geboren wordt en dat we hem al onze veren moeten geven zodat hij daarmee naar de hemel kan vliegen. Een droom, het is niet echt, de veren die zijn echt, ons geluk ook. We zijn in blijde verwachting! Lang leve Kermit, lang leve de lol, lang leve de vakantie.

 

Teken de petitie: Stop Zinloos Geweld Bij Bevallingen op www.kluun.nl

 

Camiel

 

 

 

Muesli is hemelen

  ~Voor Marjolein~

Weet je nog dat we hem ophaalden uit een studentenhuis in Zwolle? Het was allemaal jouw idee. "Laten we nu gewoon kijken, misschien hebben ze wel een rooie." En dus gingen we en hij was rooier dan rood, van kop tot teen, alle kleuren rood, zo mooi!

Een kleine rode kitten ging emigreren naar Hengelo(o), vervulde zijn taak als gelukkige huiskat, vijftien jaar lang. Maar gisteren was ie opeens niet meer gelukkig. Op mijn buik lag ik voor hem, keek recht in zijn ogen en zag dat ie op was. De dood hing aan zijn staart en een klagerig miauwtje vroeg om te mogen gaan. Ik zocht het telefoonnummer op van de dierenarts, schreef het over in mijn agenda, tot meer actie was ik niet in staat.

Muesli verdween naar boven, de badkamer in. Twee uur later liep ik de trap op, ik wist wat me te wachten zou staan, daar lag ie op de drempel, levenloos. Het levensvocht was uit hem gelopen, zijn rug en nek al stijf, zijn pootjes kon je nog bewegen en zijn buik voelde nog een beetje warm. We hebben hem in een mooie gouden doos met opschrift ‘Merry Christmas' gelegd, hij paste er precies in. En dat was het dan.

Vanochtend maakte ik een autoritje naar de dierenarts, op de achterbank een cadeau-doos met inhoud. Tijdens de rit haalde ik herinneringen op en Muesli bleef zwijgen als het graf. De zon scheen, voor mijn gevoel voor het eerst dit jaar, het is vandaag dat de lente begint, we vieren het leven.

Saskia

20-03-2006

Van Hartedief

IJskoud was het op de gang, ik meende zelfs een zuchtje wind te voelen langs mijn naakte benen. Het was spoekie, de nacht leek zwarter dan voorheen. Op het toilet deed ik een plas, een warme harde straal doorbrak de stilte in het donker. Terug, het is echt steenkoud op de gang, kippenvel. Wim slaapt als een opgerolde kat, onverstoorbaar.

Uren later dringt langzaam de ochtend de slaapkamer in, de rolluiken bewegen op de maat van kleine rukwindjes, de nieuwe dag schijnt door de kieren naar binnen. De babyfoon is stuk maar het geluid van de baby horen we door de muren heen, er zal een flesje in moeten. Wim trekt zijn ochtendjas aan, doet de slaapkamerdeur open, een ijzige bries trekt over het bed, ik trek het dekbed verder op tot onder mijn kin.

Niet veel later hoor ik Wim vanuit de gang schreeuwen: "De voordeur staat open." Ik sper mijn ogen wijd open, gris mijn bril van het nachtkastje, til mijn hoofd van het kussen en kijk in de verschrikte ogen van mijn man. Met veel lawaai gaan we samen de trap af, de beide laptops staan er nog, de portemonnee's zijn er nog, de paspoorten liggen er nog, beide fiat multipla's staan gewoon op de oprit, alles staat op zijn plaats, er is schijnbaar niets weg. Er is eerst opluchting, dan onbegrip, ongeloof, er moet een verklaring zijn. Wie komt hier 's nachts binnen, steelt niets maar laat de voordeur open staan.

En dan zeg ik: "Kijk eens in de koelkast, misschien had ie gewoon honger." Het was meer als grap bedoeld maar Wim laat toch niet na om in de ijskast te kijken. We lopen terug de gang in om het slot en de deur nader te inspecteren. "Misschien moest ie gewoon een plas", zeg ik giebelend als we langs de wc komen, de spanning valt ff weg. Wim sluit de deur van het toilet met een harde knal, het is net alsof ik nu pas echt wakker word. Het is het geluid van de deur en boven hoor ik ook weer dat Nomad nog steeds huilt, ik luister nog eens goed. Nergens hoor ik de stem van onze peuter Camiel. Door angst overmand en met pijn in mijn hart zeg ik: "Camiel, ik hoor Camiel niet, hij had al lang wakker moeten zijn, met al dat lawaai, Camiel is weg!"

Wim rent de trap op, zelf kom ik niet verder dan de eerste tree. Opeens ben ik 300 kilo zwaarder, mijn handen knijpen in de leuning, mijn blote rechtervoet op de tree, mijn blote linkervoet vastgenageld aan de nog steeds inkoude tegels in de gang. Drie hele seconden lang denk ik NEE. Dan fluistert Wim de trap af: "Hij slaapt, hij ligt gewoon nog te slapen."

Saskia

26-02-2006